De Doop
Met het dopen van uw kind draagt u het op aan God en belooft u het een christelijk opvoeding te geven. Tegenwoordig wordt de doop steeds vaker gevolgd door een doopfeest. Vooral in het zuiden van Nederland en bij onze zuiderburen wordt hierbij groots uitgepakt.

Zolang de christelijke kerk bestaat, is er gedoopt. Maar waar de doop precies vandaan komt, is niet bekend. De Joden kenden de besnijdenis en bovendien hoorde je door geboorte tot het volk van Israël. Toch denkt men dat de Joden voor het begin van onze jaartelling zijn gaan dopen. Door het onderdompelen in water gold je als een nieuwgeborene waarbij de doop vergeving van zonden, opstanding uit de dood en een begin van een nieuw leven betekende.

Wie anno 2000 zijn kind wil dopen, hoeft niet meer naar een rivier. Het dopen gebeurt aan het doopvont in de kerk. Tijdens de doopvoorbereiding wordt uitleg gegeven over de doop en de symbolen die ermee samenhangen. Ook wordt er van gedachte gewisseld over geloven in de ruimste zin. Om de doopviering samen te stellen, krijgen de ouders vaak een boek met teksten mee naar huis waaruit ze kunnen kiezen. Soms worden meer kinderen tegelijk gedoopt. Dan leren de ouders elkaar kennen in gesprekken voorafgaand aan de doopviering. Ze horen van elkaar wat de doop voor hen betekent en de viering wordt in elkaar gezet. In sommige kerken zingt een jeugdkoor bij de doopvieringen.

De Doopceremonie
Vooraf geeft de pastoor een beetje uitleg over het verloop en de betekenis van het doopsel.
De priester, de ouders, peter, meter en de kinderen maken een dakje boven het hoofd als teken van bescherming, warmte en geborgenheid. Het kind wordt gezalfd door de ouders en peetouders die allen hun beden aan het kind kunnen meegeven. De kinderen van de diverse families worden vaak ook betrokken bij het gebeuren en mogen de dopeling een kusje geven. Vaak ontsteekt de vader de doopkaars, als een verwijzing naar Jezus, het licht der wereld. De doopnaam van het kind wordt opgetekend in het doopregister dat door de peter of meter wordt getekend. De dienst duurt ongeveer een half uur.

Doopsymbolen en -tradities

  • Doopvont
    Terwijl de eerste Christenen doopten door onderdompeling in rivieren, fonteinen, of in de zee, gebruikte men in de derde eeuw een poel of bad in een speciaal badhuis. In de twaalfde eeuw werd de kinderdoop steeds gebruikelijker. Door overgieten was slechts een klein bad nodig en langzamerhand is men overgestapt op het gebruik van een doopvont in de kerk. Dit is een grote bak, soms op een dikke poot, waarin wijwater zit. Vroeger moest een kindje binnen drie dagen worden gedoopt, omdat de kindersterfte hoog was. Tegenwoordig wacht men soms drie maanden of nog langer.
  • Peter en Meter
    In de zesde eeuw werd het peetouderschap ingevoerd. Dit waren twee mensen, de peter en meter, die antwoord konden geven op de doopvragen in plaats van de dopeling. Zo kon de pasgeboren baby getuigen van zijn of haar geloof en daarmee dus worden gedoopt. Tegenwoordig is het niet meer altijd de peter of meter die de vragen beantwoordt. Moeder en vader doen het nu vaak zelf. Vroeger kon dit niet omdat het kind werd gedoopt terwijl moeder nog in het kraambed lag.
  • Doopnamen
    Bij het doopsel krijgen de kinderen meestal een aantal doopnamen. Dit zijn soms namen van heiligen. De bedoeling is dan dat deze heiligen het kind zullen beschermen. De meeste kinderen krijgen drie voornamen: de echte voornaam, aangevuld met de namen van peter en meter. 
  • Doopkaars
    De doopkaars wordt aangestoken aan de paaskaars en brandt tijdens het dopen. Naderhand wordt de kaars aan de ouders meegegeven naar huis. Het is een herinnering aan het doopsel, soms wordt hij weer in de kerk gebrand, bijvoorbeeld met het Vormsel of bij het huwelijk en soms ook op een verjaardag of de naamdag van het kind thuis.

De doopkaars, een herinnering aan het doopsel

wouterRHet ontstaan van de doop